Bezwaar van de SIEDH tegen besluit deelraad Westerpark
Uitgeest 21 mei 2005
Na zorgvuldig beraad en bestudering van de toelichting op het besluit van het bestuur van de stadsdeelraad Westerpark geen toestemming te verlenen voor verplaatsing van houtzaagmolen 'De Otter' naar Uitgeest heeft het bestuur van de SIEDH besloten bezwaar aan te tekenen tegen dit besluit.
Paltrokmolen 'De Otter' gesitueerd aan de Kostverlorenvaart in Amsterdam komt in een onwerkbare situatie terecht omdat de laatste resten van de molenbiotoop verloren zullen gaan als in de nabijheid een 55 meter hoge woontoren, de Marcantitoren, waarvan de bouw inmiddels is begonnen, gereed is. Behalve dat de Marcanti woontoren wind zal wegnemen, zal de molen worden ingeklemd tussen een woonblok van 16 m hoog 'Gillis I' en een woonblok van 13 m hoog 'Gillis II'. Dat is dramatisch omdat de askop van de molen zich op een hoogte van 12 meter bevindt.

Uiteindelijk heeft de Stichting Houtzaagmolen 'De Otter', met pijn in het hart moeten besluiten dat 'De Otter' zou moeten verhuizen omdat een stilstaande molen ten dode is opgeschreven. De Stichting vroeg een vergunning voor verhuizing aan de deelraad. De deelraad vroeg daarover advies aan een aantal instanties die in meerderheid adviseerden de vergunning te verlenen.
Omdat de molen een Rijksmonument is, schrijft de Monumentenwet voor, dat voor verplaatsing een z.g. 'Monumentenvergunning' moet worden aangevraagd bij de gemeente waar het monument staat. In het geval van 'De Otter' is dat het stadsdeel Amsterdam Westerpark. De Monumentenwet schrijft ook voor, dat de gemeente op haar beurt advies moet inwinnen bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Daarnaast mag de gemeente naar eigen inzicht ook nog anderen om advies vragen. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg heeft met een duidelijk onderbouwd advies gepleit voor verplaatsing naar Uitgeest.
Ondanks het advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de adviezen van andere deskundige organen weigert het bestuur van de deelraad een vergunning te verlenen. Als belangrijkste argument geldt dat, door de deelraad ingeschakelde, deskundigen hebben vastgesteld dat er ondanks de hoge gebouwen in de omgeving van 'De Otter' voldoende wind zal zijn om te molen te laten zagen.
Het bestuur van de SIEDH heeft met behulp van andere deskundigen vastgesteld dat de door de deelraad gehanteerde argumenten aanvechtbaar zijn en heeft daarom bezwaar aangetekend tegen het besluit. De SIEDH maakt bezwaar vanwege het feit dat zij partij is in deze zaak, de SIEDH heeft een verplaatsingsovereenkomst met de Stichting Houtzaagmolen 'De Otter'.
Ook het bestuur van 'De Otter' heeft een bezwaar ingediend en daarnaast heeft de Vereniging De Hollandsche Molen haar bezwaren tegen het besluit aan de deelraad laten weten.
De hoop van de bezwaar makende partijen is dat het bestuur van de deelraad Westerpark inziet dat het niet verlenen van de vergunning tot verplaatsen een onjuiste beslissing was en dat ze alsnog toestemming zal verlenen.

